Het proces

Wanneer u een model bij ons binnen brengt wordt er eerst in overleg met U gekeken of dit model zonder mal gegoten kan worden. Deze “directe methode” is in het algemeen mogelijk bij massieve wasmodellen met een maximale dikte van plus minus 4 à 5 centimeter en bij holle wasmodellen van grotere objecten, met een maximale dikte van ongeveer 4 millimeter. Wij gieten ook “van de natte klei af”, bijvoorbeeld. een portret dat door de beeldhouwer in natte klei wordt geboetseerd en dat naar de gieter wordt gebracht terwijl de klei nog vers is.



In de overige gevallen, en uiteraard ook als het model in serie moet worden gegoten, is er een mal nodig waaruit één of een bepaald aantal wasafdrukken kan worden gegoten.
De mallen worden in de mallenmakerij op professionele wijze vervaardigd, o.a. door gebruikmaking van hoogwaardige siliconen rubbers en met glasvezel versterkte gipskappen of bij grotere objecten met epoxy vezelkappen.







Uit deze mallen wordt vervolgens het benodigde aantal wasafdrukken gegoten.










De wasafdrukken worden, indien nodig, zorgvuldig bijgewerkt. Kunstenaars c.q. opdrachtgevers zijn uiteraard welkom om de wasafdruk desgewenst na te zien en eventueel alsnog te signeren, aangezien dat laatste nogal eens vergeten wordt in het ontwerp.



Op het wasmodel worden vervolgens de giet en ontluchtingskanalen aangebracht. Wij proberen het aantal gietkanalen tot een minimum te beperken, waarbij het onze eerste zorg is dat deze gietkanalen zodanig worden geplaatst, dat de meest kwetsbare delen van de sculptuur niet worden belast. Deze gietkanalen moeten na het gieten namelijk ook weer van het brons geslepen worden.









Het wasmodel wordt vervolgens in een gietvorm gehuld. Wij gebruiken nog een klassieke receptuur van vormmaterialen, want alleen daarmee ontstaat tijdens het gieten de zogenaamde en soms vermaarde “giethuid”, waarover later meer.











De gietvormen worden in de ”uitstookoven” geplaatst om te worden “uitgestookt”, d.w.z. de was smelt uit de gietvormen weg . De gietvomen worden dan tot “kerserood” doorgestookt, bij plus minus 700 graden, om ook de was die in de drogende gietvormen is getrokken volledig te verbranden . Omdat het opstoken en afkoelen zeer geleidelijk moet gebeuren om scheuren in de gietvormen te vermijden neemt dit uitstookproces gemiddeld 4 tot 5 dagen in beslag.



De uitgestookte gietvormen worden dan behoedzaam uit de uitstookoven genomen en met vormplanken ingeklemd , om te voorkomen dat ze door de druk van het gesmolten brons openbarsten.







Het gieten zelf is voor ons het ultieme moment. We zijn nu ongeveer op de helft van het totale proces en weldra zal duidelijk worden of onze inspanningen tot nu toe het gewenste gietresultaat zullen brengen. Het brons wordt met reducerende vlam (groen) gesmolten in een gietkroes in de smeltoven. Vóór het gieten wordt het gesmolten brons ontgast en optimaal vloeibaar gemaakt met verschillende preparaten.











De gietvormen worden zorgvuldig volgegoten, rekeninghoudend met de vereiste temperatuur (bij aanvang ongeveer 1170 graden) en de gietsnelheid c.q. druk, die van beeld tot beeld verschillen.

























Na afkoeling, ongeveer 1 uur bij kleine vormen tot wel 6 uur bij grote, worden de gietvormen “uitgeklopt”, d.w.z. de buitenmantel wordt voor zover mogelijk weggekapt en het resterende vormmateriaal wordt met de hogedrukspuit verwijderd.



















Indien er sprake is van speciale wensen, zoals bijvoorbeeld de giethuid, wordt het gietsel nog heet van het gieten in water afgekoeld. Er ontstaat een rode giethuid. Wanneer men het gietsel eerst laat afkoelen en daarna handmatig schoon maakt ontstaat een grijsblauwe giethuid. Dit is een proces dat je niet helemaal kunt sturen. Je zou het kunnen vergelijken met “Raku”in de keramiek. Niet alle gietwerk is geschikt voor een giethuid en daarom, of omdat de kunstenaar dat mooier vindt, worden veel beelden gepatineerd, waarover zo meer. Zie hieronder enkele voorbeelden van giethuiden.







De “schone” gietstukken gaan vervolgens naar het “ciseleeratelier”, waar de gietkanalen en mogelijke onregelmatigheden, zoals gietkraaltjes en bramen, worden weggeciseleerd.







Voor grote werken, die soms in delen moeten worden gegoten, worden de afzonderlijke delen “pas” gemaakt en tot het oorspronkelijke beeld in elkaar gelast. De lassen worden onzichtbaar bijgeslepen. Het beeld wordt voorzien van “doken”,bevestigingen tussen beeld en sokkel, en is dan tenslotte klaar voor de laatste fase van het proces: de kleuring oftewel het patina van het beeld.





















Door de jaren heen hebben wij een aantal prachtige patina's ontwikkeld. Onze klanten kunnen kiezen uit een heel kleurenpalet, zoals zwart, grijs, groen, blauw, okergeel, kastanjerood, goud en de talloze variaties die de combinatie van deze kleuren mogelijk maakt. Tenslotte wordt Uw beeld in de was gezet en opgeboend.











Het wachten is dan op Uw glimlach bij het aanschouwen van het resultaat.